Back to Home

Gekookte hond

De ruiten zijn koud. Tenminste, kouder dan de bekleding en kouder dan de vloer. Eigenlijk weet ik helemaal niet wat koud is. Ik weet alleen dat mijn lichaam het opgeeft. Mijn hart gaat als een razende tekeer en mijn poten kunnen niet stoppen met trillen. Mijn tong is droog en ik heb schuim in mijn mondhoeken. Ik steek mijn tong tussen het kiertje van de ruit en voel de zon branden. Opeens staat er een gezicht. Een geschrokken, lijkbleek gezicht. Ik leg mijn poot tegen de ruit en zak dan in elkaar. Er is lawaai. Geschreeuw. Maar ik hoor het niet meer. Het is allemaal in de verte.

We gingen naar het strand! Met de auto. Ik was zo blij. Ik hou van het strand, van de golven, het zand. De lachende kinderen. Spelen in de branding. Natte voeten en een raket die ik stiekem uit de hand van het kleinste kindje pik. Dus ik ging heel erg vrolijk mee in de auto. Kwispelend! Er werd een koelbox in de auto gezet, er gingen brillen en petten op. De airco stond aan en ik keek lekker naar buiten terwijl de bomen en auto’s voorbij flitsten. Met de koelte van de airco in mijn vacht viel ik in slaap op de achterbank.

Gezellig bij de kindjes!

Toen de auto parkeerde en alle mensen uitstapten wilde ik mee en werd tegengehouden. De baas tuurde op een bord, aaide mijn kop en zei: “Sorry knul, je kunt niet mee. We lezen net dat je niet meer op het strand mag. Maar weet je wat? Je mag in de auto en we laten een raampje open en brengen je straks water.” En toen zette hij mij terug, sloot de deuren en ramen (maar één raam bleef op een klein kiertje) en ik keek de hele familie na toen ze wegliepen. Het ging wel. Dacht ik. Ik keek wat naar mensen, likte de ruit en zag in de verte de golven van de zee. Maar toen werd het middag en stond de zon recht op de auto. Ik voelde hoe mijn lichaam het zwaarder kreeg.

13u ’s middags, in de auto is het nu 43 graden…

Mijn hersenen lijken te koken. Mijn vacht voelt als een brandende deken. Alles gaat langzaam. Ik moet overgeven. Er komt alleen schuim.

14.20u ’s middags.

Het is ruim 45 graden in de auto en het voelt als 57 graden. Mijn ribben doen pijn vanwege de moeite die het kost om te ademen. Ik zie sterretjes. Ik ben misselijk. Mijn buik doet pijn en de hitte is ondraaglijk. Mijn ademhaling maakt zoveel lawaai dat het dreunt in mijn oren. Ik voel het bloed pompen en het suist.

14.30u

Ik laat mijn plas en poep lopen. Het gaat niet meer. Alles lijkt uit te vallen. Met mijn laatste krachten hijs ik mij op de achterbank en lik de ruit.

En toen was plotseling dat gezicht daar. En terwijl alle geluiden wegsterven en ik wegzak in een coma, hoor ik gegil. Brekend glas. Glas op mijn vacht en een paar handen onder mijn buik. “Voorzichtig! Hij leeft nog…” Er plonst water in mijn bek en over mijn buik. Iemand schreeuwt om natte handdoeken. Er komt een auto met veel lawaai aan, het is politie. Er verzamelt zich een menigte om mij heen en ik zie allemaal vreemde gezichten. Het water is lekker, maar mijn hart blijft maar tekeer gaan. Ik wil kwispelen, ik ben zo blij. Betekent dit dat ik straks naar het strand mag?

Ik word in een dierenambulance gedragen, ik krijg een infuus met zoutoplossing en de airco wordt langzaam aangezet. Zuurstof, een aai over mijn bol. Ik voel me iets beter en kijk om mij heen. De gezichten staan iets minder bezorgd. Gelukkig. Ik kan niet stoppen met kwispelen, maar de mensen zeggen dat ik rustig moet doen. Een paar uur lang word ik verzorgd in de kliniek. Ik krijg zelfs een lekker koekje! Ik voel mij beter, alleen nog wat duizelig. Volgens de mensen heb ik geluk gehad; een minuut langer en ik was dood geweest. Dan gaat de deur open en komt mijn baas binnen… Ik kwispel en kijk naar zijn gezicht.

Een blauw oog en een flinke buil op zijn hoofd. Zijn mondhoeken hangen naar beneden. “Het spijt mij zo, knul.” zegt hij. De mensen van de kliniek kijken behoorlijk boos. Of….. teleurgesteld. Mijn baas word in het kantoor stevig toegesproken terwijl hij over zijn hoofd en oog blijft wrijven. Dan voel ik een hand op mijn kop. “Jongen, je baas heeft geluk gehad dat wij die vriendelijke menigte konden tegenhouden, maar dat blauwe oog, dat gunden we hem een beetje.” Het gezicht knipoogt als een lief gebaar naar mij. Ik steek mijn oren in de lucht.

Baas kreeg geen zak met ijs, en ook geen aai over zijn bol. Maar een flinke boete, gepeperde dierenartsrekening en een stomp op zijn ogen.

Deze stranddag zal hij zich nog lang herinneren. En ik? Als het warm is, dan blijf ik lekker thuis. Op de koude tegels en met een verse bak water. Want een hond in de auto met warm weer, dat kan en dat mag niet en is het toppunt van menselijke egoïsme.

Eveline Wijngaard

Grijpt de manier van schrijven van Eveline jou aan?
Koop dan nu het boek De Hondenvechter en laat je meeslepen in dit aangrijpende op waarheid beruste verhaal.

€ 12,95 – Koop het boek

€ 2,00 – Koop het E-book De verhalenbundel Door pootjes gedrukt

Recent Comments

Leave a Reply